Briefje van Jan

Briefje van Jan – aan CDS Eichelsheim

today11 oktober 2026 5

share close

 

Beste Onno,

Commandant der Strijdkrachten.

De hoogste militair van ons land.

Dat word je niet zomaar.

Daarvoor moet je met je poten in de modder hebben gestaan.

En dat deed jij.

We gaan twintig jaar terug in de tijd.

Maandag 9 oktober 2006.

Je verblijft in Kamp Holland, Tarin Kowt, Uruzgan. Het is je vijfde uitzending. Drie keer Bosnië gedaan, twee jaar eerder je eerste missie naar Afghanistan, Kabul.

Als commandant van de Air Task Force, met Apaches, Cougars en F-16’s, hoef je zelf de lucht niet meer in. Je bent de baas. Maar je gaat toch.

Je weet inmiddels hoe het gaat: hoe je koffer moet worden ingepakt, hoe je op de vliegbasis afscheid neemt zonder dat het te lang duurt. Je weet ook dat het nooit went. Thuis zitten drie jonge kinderen en je echtgenote Gea, die bij elk nieuwsbericht over Uruzgan toch even stopt met ademhalen.

Het is dertig graden in de shelter, en dan draaien de motoren nog niet eens. Je klimt de achterste stoel in. De zitting brandt door je pak, de gespen zijn zo heet dat je ze met handschoenen dichtklikt. Het zweet loopt in je ogen voordat de helm op zit.

Op de radio: “Troops in contact”. Een Nederlandse patrouille aan de rand van de groene zone. Er wordt geschoten vanachter een lemen muur. Je voelt het in je maag. Niet echt angst. Iets wat erop lijkt, maar scherper is. Alsof iemand alle overbodige gedachten uit je hoofd heeft geveegd en er maar drie heeft achtergelaten: vliegen, kijken, beslissen.

Je stijgt op. Een bruine muur van stof. Vier tellen niets. Je vliegt op instrumenten en op geloof. Dan zakt de grond weg en ligt het land onder je als een kaart die iemand heeft laten verbranden.

(Advertentie)

In je koptelefoon een hijgende stem. Een jongen van een jaar of twintig, schat je. Even oud als jij toen je in Breda binnenkwam op de KMA. “Muur met de blauwe deur, honderd meter noord.” Op de achtergrond geklepper, alsof iemand met een liniaal op tafel slaat.

De schutter voor je zoomt in. Een muur, trillend in de hitte. Een loop. Een flits.

En dan komt het moment waar je zestien jaar voor hebt getraind. Sinds die wings in 1990. Sinds Fort Hood, Texas, waar een jongen die, net als ik, in Bergambacht is opgegroeid, met de Amerikaanse cavalerie procedures zat te schrijven.

Al die uren training voor dít ene moment, waarop je het zeker moet weten. Waar zijn de eigen jongens? Waar zijn de burgers? Zit er een kind achter die blauwe deur?

Je hart bonkt. Je stem niet. Dat heb je geleerd. Je stem is het enige in die cockpit dat nooit mag trillen.

Je laat het toestel een halve bocht maken. Je wilt het met je eigen oog zien. Groene vlekjes in een greppel, je eigen jongens. Dan het doel. Daartussen alleen aarde.

“Cleared.”

Geen knallen, maar een zwaar, snel gebonk. Het hele toestel schudt alsof er iemand met een sloophamer onder zit. Stoffonteinen bij de muur. Eén rij. Nog één. Daarna stilte op de grond.

Veertig minuten cirkelen. Je nek is kapot. Je pak is drijfnat en zit aan je lijf vastgebakken. Je landt in de bruine muur, weer vier tellen niets, en dan wielen op de grond. Op de radio de patrouillecommandant, nu rustig: “Bedankt, jongens. Iedereen heel.”

Pas dan komt het. Als de rotors uitlopen en het stil wordt. Je handen beginnen te trillen. Niet veel. Net genoeg om de pen even neer te leggen voordat je het logboek invult.

“Contact verbroken, geen eigen verliezen.”

’s Avonds eet je pasta uit een bakje en niemand die er nog over praat.

Je belt Gea. “Rustige dag”, zeg je.

(Advertentie)

Twintig jaar later ben je de Commandant der Strijdkrachten.

Vrijdag 9 oktober 2026.

Je plaatst een bericht op social media met een foto waarop je een loper uitrolt op de trap van Plein 4, het ministerie van Defensie in Den Haag.

Je zet er de volgende tekst bij: “Om te kunnen vechten als het moet, moeten we elkaar kunnen vertrouwen. Dat begint met respect en een werkomgeving waarin iedereen zichzelf kan zijn. De regenboogloper laat zien waar we bij Defensie voor staan. Dat moeten we elke dag waarmaken.”

Geen idee of je handen trilden toen je op ‘Send’ drukte.

Ik ben benieuwd wat je Gea vertelde over deze missie toen je vrijdagavond thuiskwam.

Groet,

JanD

PS. Cadeautje. Hiermee kun je lachend terugkijken op wat ze je afgelopen vrijdag lieten doen.

***

Wil je ook mijn ‘Briefje van Kees’, ‘Hagiografie’, ‘Blije Eikel Weekjournaal’, ‘Best of Jan’, ‘Stoom uit de oren!’, ‘De avonturen van Boomer Jan’ en de vragenrubriek ‘Café De Vraagbaak’ ontvangen? 

Word dan betaald abonnee op ‘Stukkiestikker te Eesterga’.

Het bericht Briefje van Jan – aan CDS Eichelsheim verscheen eerst op Buttkicken.nl.

Lees het hele artikel…


Geschreven door Postbode Bergeijk

Rate it