Luisteraars:
Topluisteraars:
Radio Bergeijk
Goede journalistiek kost geld. Met een abonnement lees je onbeperkt al onze belangrijke, zorgvuldig opgeschreven verhalen. Omdat jij géén abonnement hebt krijg je dit artikel, dat we echt niet met goed fatsoen achter een betaalmuur konden zetten, helemaal gratis van ons. Maar dan moet je dus ook vooral niet zeuren als de inhoud je niet bevalt.
“Je went eraan”: de man die al twaalf jaar in een glasbak woont
Toen Martin twaalf jaar geleden voor het eerst in een glasbak sliep, dacht hij dat het tijdelijk zou zijn. Hooguit een week of twee, totdat hij iets anders had gevonden. Inmiddels heeft hij gordijntjes opgehangen, een plant gekocht, een plankje gemonteerd voor zijn kruiden en kan hij aan het geluid van een vallende fles horen of iemand een gewone huiswijn of een Rioja Reserva heeft gedronken. “Je past je aan,” zegt hij schouderophalend. “Mensen doen altijd alsof het heel bijzonder is, maar uiteindelijk is het ook gewoon een woning.”
Het is kwart over zeven op een grijze dinsdagochtend wanneer de eerste fles van de dag met een oorverdovende klap naast zijn bed uiteen spat. Martin kijkt niet eens op van zijn koffie. “Dat zijn de buren,” zegt hij. “Die drinken doordeweeks ook. Of ze hebben visite.” Hij neemt nog een slok en wacht even. “Aan de kurk hoorde ik al dat er iets aan zat te komen.”
Van buiten ziet glasbak 17B eruit zoals iedere andere glasbak in Nederland: groen, een beetje gedeukt, beplakt met stickers waarop staat dat porselein en keramiek er niet in thuishoren. Van binnen is de ruimte verrassend huiselijk. Er staat een opklapbed, een klein elektrisch kookplaatje, een tafeltje met twee stoelen, een boekenplank en een varen die, tegen alle verwachtingen in, opvallend gezond oogt. Aan een haakje hangt een fluorescerend veiligheidshesje met daarop in zwarte letters: GLASBAKBEWONER. “Dat voorkomt veel verwarring,” zegt Martin. “Vooral bij gemeentewerkers.”
Volgens hem onderschatten mensen hoe snel je went aan het constante lawaai. “In het begin schrik je van iedere fles. Dan lig je ’s nachts rechtop omdat iemand een pot appelmoes komt wegbrengen. Na een paar maanden hoor je het verschil.” Hij sluit zijn ogen. Op dat moment klinkt een doffe plof. “Bruin bier.” Even later volgt een schelle rinkeling. “Witte wijn.” Nog een harde knal. “Nee, wacht. Dat was een vaas. Hoor je meteen.”
Zijn gehoor is inmiddels zo verfijnd dat buurtbewoners hem soms raadplegen. Een man uit de straat kwam ooit vragen of hij dacht dat zijn vrouw stiekem meer dronk dan ze toegaf. Martin hoefde daar niet lang over na te denken. “Ik zei: ‘Dinsdagavond twee flessen Sauvignon Blanc en vrijdag een prosecco. Ik denk dat je vooral eens moet vragen waarom ze die prosecco alleen opdrinkt.’ Dat bleek gevoelige informatie.”
De buurt is intussen volledig gewend aan zijn aanwezigheid. “Je ziet hem eigenlijk niet meer,” zegt buurvrouw Karin terwijl ze vier lege pastasauspotten in de opening laat verdwijnen. “Net als de glasbak zelf.” Of ze hem wel eens gedag zegt? “Nee. Dan laat ik mijn fles vallen.”
Ook de gemeente reageert opvallend nuchter op de situatie. Een woordvoerder bevestigt dat Martin officieel bekend is. “Aanvankelijk dachten wij dat de glasbak geluid maakte door uitzetting van het metaal. Pas tijdens een inspectie bleek dat de glasbak zelf ‘goedemorgen’ zei.” Na intern overleg besloot de gemeente de situatie te gedogen. “Er was geen sprake van overlast en eerlijk gezegd functioneerde de glasbak uitstekend.”
Martin zelf ergert zich vooral aan het gedrag van de gebruikers. “Mensen kunnen écht niet scheiden.” Hij wijst naar een hoek waar een verzameling porseleinen mokken ligt. “Dat mag dus niet.” Daarnaast staat een complete spiegel. Ergens anders een aquarium zonder vissen. “En iedere week weer iemand die denkt: ach, een magnetron is eigenlijk ook een soort glas.” Inmiddels heeft hij van de magnetrons een salontafel gebouwd. “Je moet een beetje praktisch blijven.”
Dat zijn woning een uitzonderlijk goede akoestiek heeft, ontdekte hij bij toeval. “Ik zong een keer Sinatra toen iemand precies op het refrein drie wijnflessen naar binnen gooide. Dat klonk eigenlijk fantastisch.” Sindsdien repeteert hij iedere donderdagavond. “De galm is prachtig. Alleen met kerst is het lastig. Dan zit iedereen tegelijk aan de wijn.”
Zijn liefdesleven heeft onder de woonomstandigheden geleden, erkent hij. Hij had drie jaar een relatie met een vrouw uit een appartement verderop. “Zij vond het in het begin wel avontuurlijk. Maar na een tijdje zei ze dat ze tijdens een romantisch diner niet steeds wilde worden onderbroken door iemand die een jampot naar binnen gooide.” Ze gingen uit elkaar nadat iemand tijdens hun jubileum een complete glazen salontafel had weggegooid. “Dat verpest toch een beetje de sfeer.”
Toch is Martin niet alleen. Volgens hem bestaat er een hechte gemeenschap van glasbakbewoners. Eén keer per jaar komen ze bijeen, meestal in een textielcontainer. “Meer beenruimte,” legt hij uit. Ze wisselen tips uit over isolatiemateriaal, de beste oordoppen en het herkennen van feestdagen aan de inhoud van de containers. “Na Oud en Nieuw hoor je wekenlang alleen maar champagne. In april aspergepotten. En zodra de eerste Aperolflessen verschijnen, weet je dat de zomer begonnen is.”
Hij kent veel buurtbewoners zonder ooit een woord met ze te hebben gewisseld. Niet aan hun gezicht, maar aan hun afval. “Die meneer daar drinkt alleen IPA’s. Dat gezin gebruikt absurd veel kappertjes. En iemand in de straat koopt iedere week precies dezelfde olijven.” Hij zwijgt even. “Ik denk er soms over na om eens aan te bellen. Gewoon om te vragen hoe die kappertjes uiteindelijk opgaan.”
Het spannendste moment uit zijn wooncarrière beleefde hij drie jaar geleden, toen hij per ongeluk samen met de inhoud van de glasbak werd geleegd. “Ik lag ineens tussen duizenden flessen op weg naar het sorteercentrum.” Of hij panikeerde? “Niet meteen. Pas toen iemand zei dat de kleurloze fractie naar links moest.” Uiteindelijk wist hij de vrachtwagenchauffeur ervan te overtuigen dat hij geen verpakking was. “Dat kostte wel wat uitleg.”
Of hij ooit nog terug wil naar een gewone woning? Martin kijkt om zich heen. Naar zijn plant, zijn boeken, zijn koffiekop en het potje pesto dat tegenwoordig dienstdoet als suikerpot. Hij haalt zijn schouders op. “Iedereen zegt dat een huis een plek is waar je je thuis voelt. Nou, dat gevoel heb ik hier ook.”
Op dat moment klinkt boven hem een vrouwenstem. “GERARD! MAG DIT OOK BIJ HET GLAS?” Even blijft het stil. Dan klinkt uit de verte: “GEWOON PROBEREN!” Een complete ovenschaal spat met een enorme klap uiteen op nog geen meter van Martins stoel. Hij wacht rustig, haalt een scherf uit zijn middenrif, neemt een slok koffie en glimlacht tevreden.
“Zie je?” zegt hij hevig bloedend. “De wijk leeft.”
Geschreven door Postbode Bergeijk