Luisteraars:
Topluisteraars:
Radio Bergeijk
”Is het soms zo gek dat je iemand zoekt die emotioneel volwassen is?” vraagt Josje (32), terwijl ze liefdevol een pluk stof van de schouder van haar partner veegt. Naast haar ligt Ahmed III (3032), voormalig farao, tegenwoordig mummie. Hun relatie roept soms verbaasde blikken op, maar zelf ziet ze vooral twee zielsverwanten.
“Toen ik Ahmed ontmoette bij een opgraving voelde het meteen anders,” vertelt Josje. “Ik had daarvoor alleen maar relaties met mannen van mijn eigen leeftijd. Dan krijg je weer iemand die op zaterdag naar een festival wil of spontaan gaat boulderen. Ahmed ligt gewoon lekker thuis in zijn pyramide.” Toch kreeg ze aanvankelijk veel kritiek. “Er zijn mensen die zeggen dat ik alleen maar voor het geld met Ahmed III ben, maar dat is onzin. Met de oude Egyptische munten die hier liggen kan ik nergens betalen, geloof me, ik heb het al vaak geprobeerd.”
De grootste uitdaging volgens Josje? Dat zijn toch de verschillende levensfases. “Soms merk je gewoon dat we uit een andere generatie komen,” lacht ze. “Ik stuur graag een appje als ik later ben. Ahmed blijft liever communiceren via de hiërogliefen die overal in zijn graftombe staan. Dat levert weleens misverstanden op. Maar inmiddels begrijp ik zijn emoticons een stuk beter. Een uil betekent ‘uil’. Hij communiceert wat dat betreft best duidelijk. Mensen zeggen weleens: ‘Hij zegt nooit iets terug.’ Maar dat klopt helemaal niet. Hij knarst soms heel zachtjes als de luchtvochtigheid verandert. Dan weet ik precies wat hij bedoelt.””
Hoewel buitenstaanders zich afvragen of de relatie wel gelijkwaardig is, trekt Josje zich daar weinig van aan. “Er wordt altijd geoordeeld als er een groot leeftijdsverschil is. Terwijl Ahmed juist heel stabiel is. En wat is nou drieduizend jaar op een mensenleven?” De toekomst ziet ze dan ook zonnig tegemoet. “We willen graag samen oud worden,” zegt Josje, waarna ze even moet lachen. “Nou ja… nóg ouder.” En kinderen? “Daar zijn we nog niet over uit,” zegt Josje. “Ahmed vindt inbakeren prachtig, maar wel op een heel andere manier dan ik.”
Geschreven door Postbode Bergeijk